De Oostvaardersplassen zijn ontstaan in een nieuwe polder. De klei klinkt daardoor nog steeds in. Het natte gedeelte is daardoor relatief steeds hoger komen te liggen ten opzichte van het omliggende gebied. Door dit natte gebied te omdijken blijven de droge gedeelten droog en de natte gedeelten nat.

In het droge gedeelte is de bovenste laag van de bodem langzaam verarmd. Dit leidt er toe dat de omstandigheden voor allerlei kruiden veranderen zodat successie plaatsvindt. Planten die eenmaal aangeslagen zijn, kunnen met hun diepere wortels nog steeds de rijke kleibodem vinden.

De grote grazers doen het uitstekend, de kuddes breiden zich snel uit en daarmee komt een einde aan de groei in zicht. Wanneer er geen voedsel is zullen er meer dieren doodgaan en komen er minder nakomelingen. Dit is op zich een natuurlijk gegeven, echter de veewet stelt dat de beheerder verantwoordelijk is voor zijn beesten. Hierdoor moeten kadavers van de konik en het Heckrund verwijderd worden en sommigen stellen dat er in de winter bijgevoerd moet worden. Ook zou dit moeten betekenen dat wanneer er een epidemie van bijvoorbeeld mond-en-klauwzeer is, beesten geruimd moeten worden.

Het edelhert echter valt niet onder de veewet. Hierdoor kunnen de kadavers van een hert wél blijven liggen. Wanneer de wisent zijn entree mag maken, heet ook deze “wild”. Zowel het edelhert als de wisent kan lijden aan ziekten die ook bij het “vee” voorkomen. De kadavers zijn echter een welkome voedselbron voor kraaien, raven, arenden en in 2005 zelfs een monniksgier.

Anno 2005 leven er in het gebied ongeveer 1500 edelherten, 1000 konikpaarden, 500 Heckrunderen, 100 reeën en 100 vossen. De jaarlijkse sterfte onder de edelherten is rond de 20%. Er is geen sprake van groei meer en de jaarlijkse sterfte concentreert zich (uiteraard) in de koude en voedselarme wintermaanden, met name in maart. Staatsbosbeheer heeft gekozen voor een beheer, waarbij de natuur haar gang mag gaan en grijpt niet in. Dit heeft tot gevolg dat veel van de 3000 dieren gedurende de winter steeds meer vermageren en van de honger doodgaan. Om verder lijden te voorkomen worden dieren waarvan verwacht mag worden dat ze niet lang meer te leven hebben afgeschoten.

Een toenemend probleem is de verdwijning van diverse vogelsoorten uit het gebied, als gevolg van de grote grazers. Dit probleem doet zich ook op veel andere plaatsen in Nederland voor en uitte zich in de Oostvaardersplassen tussen 1997 en 2002 bij een stijgende populatie grote grazers in de verdwijning van dertig tot honderd procent van de broedvogels van de open ruigtes, weidegebieden en droge rietlanden.(Wikipedia)

Default Gallery Type Template

This is the default gallery type template, located in:
/var/www/aad/vogel-fotografie.nl/wp-content/plugins/nextgen-gallery/products/photocrati_nextgen/modules/nextgen_gallery_display/templates/index.php.

If you're seeing this, it's because the gallery type you selected has not provided a template of it's own.

    • No categories